anaphrodisiac

donderdag 16 januari 2014

4. Hoe kan ik die seksloosheid vertalen naar kleding voor mijn collectie? (conclusie)

Persoonlijk vind ik de vele regels die vastzitten aan gender en sekse in deze tijd vrij achterhaald. Waarom moeten we mensen nog in twee groepen splitsen als duidelijk is dat niet iedereen daarin past? De stereotype kenmerken van sekse hebben op vrijwel niemand een positief effect, aangezien de mannelijke rolmodellen zorgen dat jongens het onderscheid tussen gedwongen en ongedwongen seks niet meer zien, en dat meisjes hun status uit hun relatie halen.

Er zijn ook mensen die zich niet aan deze codes houden, die worden (vooral door mensen die aanhangers zijn van de biologische opvatting van sekse) gezien als 'anders' of 'verkeerd'. Een belangrijk voorbeeld hiervan zijn dus travestieten. Maar in de mode is het doorbreken van de codes niet alleen weggelegd voor travestieten. Ontwerpers als Comme des Garcons en J.W. Anderson spelen met gender bending in hun collecties.

Maar ook zij doen iets anders dan dat ik zou willen doen. Zij vergroten bijvoorbeeld kenmerken van mannelijke kleding en passen dat toe op vrouwenmode of andersom. Ik wilde juist graag een collectie maken die totaal seksloos was. En ik kwam er door de documentaire What's Sexy en mijn eigen enquete achter dat om een collectie te maken die niet sexy was, er eigenlijk ook een gebrek aan sekse of gender in de kleding moet zijn. De outfits moeten geschikt zijn voor zowel vrouw als man om seksloos te zijn, want we voelen ons (volgens wetenschappers) aangetrokken tot degene met wie we ons het beste kunnen voortplanten. Daarom zijn bepaalde eigenschappen die bepaald worden door vrouwelijke of mannelijke hormonen de eigenschappen die we het meest aantrekkelijk vinden aan de andere sekse.


Al voordat ik dit onderzoek begon had ik besloten om een object te zoeken dat voor mij de vertaling van ultieme seksloosheid was. Toen kwam ik uit op een spons, en daarna bleek dat een spons ook hermafrodiet en daarmee dus al helemaal seksloos was. Dit was voor mij de ultieme abstracte inspiratiebron voor mijn collectie. In dit onderzoekje heb ik ook nog gekeken naar voorbeelden van on-sexy kledingstukken. Een van de uitkomsten hiervan was het regenpak/de regenjas. Omdat ik hierin ook wel de link zie naar een spons heb ik dit kledingstuk (nog wel in combinatie met de spons) als referentie genomen voor het ontwerpen van mijn collectie. Inmiddels heb ik twee van de drie echte jassen af, en Quoc vond ze zeer seksloos (dus ik zeg geslaagd).

woensdag 15 januari 2014

3. Wat zijn voorbeelden van seksloze kleding/silhouetten?

Er is dus een tegenbeweging, maar die is net zoals bij de kunstenaars die iets over de seksualisering wilden zeggen, vooral bezig met een extreme uitvergrote variant van het breken van gender codes. Ik wil juist een collectie maken die voor zowel mannen als vrouwen te dragen is, omdat het zich niet aan gender codes houdt en daardoor voor beide seksen geschikt is. Hiervoor wil ik juist geen mannen in vrouwelijke kleding of vrouwen in mannelijke kleding, maar een soort eigen tussenvorm vinden.

Ik heb een documentaire van National Geographic gekeken, genaamd Naked Science, What's Sexy. Hieruit bleek dat in tegenstelling van wat sommige mensen telkens beweerden, sexy helemaal niet zo subjectief is als wij/zij denken. We vallen in principe op de specifieke personen van het andere geslacht waarmee we denken de beste kans op voortplanting te hebben. Mannen kijken daarom naar vrouwelijke eigenschappen die bepaald worden door het vrouwelijke hormoon oestrogeen, zoals de borsten, volle lippen en een taille-heup ratio van 7/10e. Deze eigenschappen zouden het voor een vrouw waarschijnlijker maken om een gezond kind te kunnen baren. Bij mannen kijken vrouwen vooral naar de kenmerken die veroorzaakt worden door het mannelijke hormoon testosteron. Bij mannen zorgt het mannelijke hormoon testosteron voor brede schouders, een scherpe kaaklijn en jukbeenderen. Dit zijn de mannelijke kenmerken die ook zorgen dat een man dominant lijkt.

De kenmerken die over het algemeen een man of vrouw sexy maken, zijn dus eigenlijk de stereotype kenmerken van vrouw of man. In mijn eigen enquete onder 50 man heb ik gevraagd wat zij sexy aan het lichaam van vrouw/man vinden, en wat zij sexy kleding vinden. Hieruit bleek dat de meeste ondervraagden bij de andere en de eigen sexy inderdaad vaak de specifieke kenmerken van de sekse noemden. Vooral bij vrouwen werden de billen en borsten erg vaak genoemd. Wat kleding betreft vonden de meeste mensen voor een man vooral een overhemd met spijkerbroek mooi. Dat vind ik op zich een best mannelijke outfit. Voor een vrouw werd een jurkje vaak genoemd, en verder vaak dat het het lichaam goed moest laten uitkomen hoewel dat voor de een in strakke kleding en voor de ander juist in gedrapeerde kleding was.

Nu ik weet wat als sexy wordt beschouwd kan ik gaan kijken naar de silhouetten die ik, met deze kennis in mijn achterhoofd, als niet-sexy beschouw. In de vorige post heb ik al een aantal outfits besproken waarvan ik vind dat ze de gender codes doorbreken. Maar de outfits die ik nu zoek moeten op geen enkele manier sexy zijn. Dat kan wel door het ontbreken van gender codes, maar hoeft van mij niet zo extreem gender bending te zijn. Eerder iets wat de mannelijke of vrouwelijke kenmerken uberhaubt niet accentueert.

Als eerste denk ik aan joggingbroeken, nickelson jassen, afzakbroeken en te strakke kleding. Maar daarnaast bedacht ik me laatst dat ik een regenpak eigenlijk het meest seksloze kledingstuk vind dat ik kan bedenken. Sowieso is het voor beide seksen even onflatteus. De stof is de meest onaantrekkelijke die je kunt bedenken, en heeft door zijn valling en glans geen mooi effect. De pasvorm is vaak ook vreemd en zit eigenlijk bij niemand goed. Winkels proberen regenjassen vaak wel op te fleuren door ze een leuk kleurtje of printje te geven, maar ik denk dat vrijwel niemand deze jassen vrijwillig gaat dragen als het niet regent. Daarmee denk ik dat ik mijn perfecte inspiratiebron voor mijn collectie heb gevonden.

dinsdag 14 januari 2014

2. Is er ook een tegenbeweging, die zich niks aantrekt van gender codes?

In de maatschappij heb je natuurlijk als duidelijkste voorbeeld van mensen die zich niet aan de ongeschreven gender codes houden in hun kleedgedrag, zijn travestieten. Maar in de mode industrie komt dit meer voor, en is het breken van gender codes niet alleen weggelegd voor travestieten. Er zijn veel ontwerpers die zich wel aan gender codes houden, die voor vrouwen typisch vrouwelijke kleding ontwerpen (bijvoorbeeld lange zwierige jurken met het accent op de taille) en voor mannen typisch mannelijke kleding (bijvoorbeeld een pak). Ik zal hieronder een aantal ontwerpen bespreken die zich niet houden aan de door de maatschappij opgelegde gender codes, maar zal eerst de gender codes bespreken die ik zelf heb waargenomen of heb gehaald uit de twee artikelen over gender codes.

Kledingstukken die over het algemeen alleen voor vrouwen zijn weggelegd in de Westerse cultuur zijn jurken en rokken. Verder is vrouwenkleding meer getailleerd dan mannenkleding en kan het meer volume hebben. Vrouwenkleding kan alle mogelijke stoffen hebben. Mannenkleding kan bijvoorbeeld geen zachte, bontachtige stofjes hebben. Geen open stoffen/breisels. Geen korte topjes of veel bloot, dat is alleen voor vrouwen weggelegd, denk aan diep decolleté of naveltruitjes. Voor vrouwen wordt het vooral als niet vrouwelijk gezien als zij te wijde kleding dragen. Vrijwel iedereen die deze codes breekt, vooral van de mannelijke kant, wordt gezien als homo of lesbienne.

De eerste ontwerpers waar ik aan moet denken die hier geen rekening mee houden in hun collecties, zijn Aziaten. Misschien komt dat omdat zij een andere soort gendercodes hebben, maar hun codes lijken mij vrij gelijk aan die van ons. Als je denkt aan het breken van ongeschreven regels, denk je aan Comme des Garcons, Yohji Yamamoto, etc. Ik zal hier onder een paar silhoueten of outfits van deze labels bespreken die ik in strijd met de gendercodes vind, en waarom ik dat vind.


De bovenstaande outfits zijn van Comme des Garcons uit de collecties van 2013 en 2014. De twee vrouwenoutfits die je bovenin ziet, hebben geen accent op vrouwelijke vormen (taille, borsten of heupen), maar maken de modellen juist erg recht. Door de snit vanrechter outfit krijgt het model ook erg brede, mannelijke schouders en redelijk mannelijke onderbenen. Bij de linker outfit vind ik de knopen in combinatie met het lage kruis en wijde pijpen niet echt flatteus, en redelijk mannelijk ogen, omdat het zo wijd zit en niet mooi getailleerd. Verder heb ik het idee dat de outfits geïnspireerd zijn door het mannenpak, en ze hebben vrij saaie (daarmee naar mijn mening mannelijke) kleuren. De stoffen zijn stijf en totaal niet zwierig. De mannenoutfits daarentegen hebben kleuren die als vrouwelijk kunnen worden beschreven, omdat ze zacht en licht zijn. Pasteltintjes, en in het speciaal roze en lila, zijn niet als mannelijk te definiëren. Ook al is de rechter outfit een redelijk basic mannenpak, dit stofje zullen de meeste mannen niet aan (durven te) trekken. Het is zacht en volumineus door zijn stofbewerking, en daarmee vrouwelijk. In de linker outfit zit ook nog een flink accent op de heupen, wat voor een mannelijk silhouet van brede schouders en dan in een piramide vorm naar beneden niet bevorderlijk is.

Maar er zijn ook steeds meer Westerse merken die de ongeschreven regels te beperkend vinden. Persoonlijk vind ik J.W. Anderson daar een goed voorbeeld van. Hij houdt in zijn collecties naar mijn mening vrij weinig rekening met de geaccepteerde normen voor mannen en vrouwen. Naast jurken, tubetops en rokjes voor mannen, speelt hij met de proporties die mannelijkheid of vrouwelijkheid bevorderen of juist niet. Hieronder heb ik een aantal outfits geselecteerd uit de collecties van 2013 en 2014. In de outfit linksboven vind ik vooral de lengte van de rechte jas met daaronder een wijd broekje tot net over de knieën een erg onvrouwelijk silhouet. Het zorgt ervoor dat het lijkt alsof het model hele rare proporties heeft voor een vrouw, een vrij lang bovenlijf met korte beentjes. Bij de tweede outfit lijkt het alsof het heuppunt is verlaagd naar de knieën. De broek maakt vrij dik, iets wat veel vrouwen niet willen. Ik vind dit silhouet niet per se mannelijk, maar ook totaal niet vrouwelijk. Voor de mannenkleding vind J.W. Anderson het geen probleem om doorschijnende of fladderende stofjes te gebruiken, een haltertop of buiktruitje op een man te ontwerpen, en ruches of asymmetrie toe te passen. Allemaal typische kenmerken van vrouwenkleding. Verder zie je in de middelste outfit strikjes, iets wat al helemaal niet zou moeten kunnen in mannenkleding. Daarom vind ik J.W. Anderson een goed voorbeeld van een Westerse ontwerper die zich niks van de ongeschreven regels aantrekt.

zondag 12 januari 2014

1. Wat is het belang van sekse in de hedendaagse beeldcultuur/kleding?

In de onderzoeken die ik heb gelezen wordt gesteld dat we kleding, bewust of onbewust, gebruiken als een manier om onze identiteit te presenteren. We dragen kleding die past bij de groep waar we bij willen horen. Maar verder dragen we in onze kleding ook nog onze sekse en seksualiteit uit. Dit heeft waarschijnlijk onder andere evolutionaire redenen, een man moet kunnen zien dat je een vrouw, en vrouwelijk, bent om geïnteresseerd te raken om zich met je voort te planten. Kleding met zijn heldere scheiding op basis van geslacht, illustreert, zoals weinig andere dingen kunnen, het sociaal geconstrueerde karakter van gender dat verder gaat dan de biologische sekse.

In beide onderzoeken die ik heb gelezen wordt gesproken over travestie, het dragen van de kleding die wordt beschouwd als zijnde van het andere geslacht. De schrijfsters vinden travestie een goede indicatie van gender en de regels rondom gender en sekse, omdat het bij travestie gaat om mensen die zich duidelijk niet aan deze codes houden. Travestie wordt in het Engels ook wel aangeduid met de term cross-dressing, waaruit je kan concluderen dat er regels zijn wat betreft de kleding die 'gewoon' is voor mannen of vrouwen. Zonder regels valt er ook niks te overschrijden.

Kleding is deel van het dagelijkse creëren van een beeld. In de Westerse cultuur zijn veel kledingstukken 'unisex' geworden, maar vrijwel iedereen binnen onze cultuur kan wel onderscheid maken tussen wat wel en niet gedragen kan worden door een man of een vrouw. Vooral vrouwelijke items die niet geschikt zijn voor mannen zijn makkelijk te benoemen. Het is interessant om te bedenken of deze veranderlijke, persoonlijke en ongeschreven codes ook zo makkelijk uit te leggen zijn aan mensen van buiten de Westerse cultuur.

Uit de onderzoeken die ik heb gelezen blijkt dat niet alleen kleding is onderverdeeld in wat geschikt is voor man of vrouw, maar ook emoties en karaktereigenschappen zijn verdeeld in tweeën. Vrijwel alles is ingedeeld in of mannelijk, of vrouwelijk. In elke maatschappij zijn cultureel bepaalde regels gegenereerd, om grenzen te creëren. Zowel in gedrag, als in kleding. Al in de oudheid hield men zich bezig met het verschil tussen de seksen, en de ongeschreven regels van wat mannen en vrouwen zijn en doen. In de tijd van Aristoteles werd het natuurlijk gevonden dat mannen en vrouwen in binaire tegenstelling stonden. Voor de Grieken was het al een belangrijke taak voor mannen om 'mannelijkheid' te bereiken, en dit is eigenlijk nog steeds vrij zichtbaar in de hedendaagse maatschappij. Greenblat (1986) observeerde dat in de oudheid de twee seksen niet alleen tegenpolen waren, maar men dacht toen dat vrouwelijkheid een potentiële bedreiging was die zich in de identiteit van de man kan bevinden, die hij er niet uit mag laten komen.

Deze stereotype versie van mannelijkheid wordt in de geseksualiseerde maatschappij van nu erg uitvergroot, en dat beeld wordt gebruikt als rolmodel voor mannen. Jongens voelen door media en jongens van dezelfde leeftijd een hoge druk om dominant te zijn (in seksuele relaties). Hierdoor zien sommige jongens meisjes enkel als seksueel object, en kunnen zij geen onderscheid meer maken tussen dwangmatig of vrijwillig seks hebben met een meisje, of zien ze het dwingen tot seks als normaal en acceptabel. Dit doet me denken aan een overdreven variant van de karaktereigenschappen die in de onderzoeken naar boven kwamen als 'mannelijke' eigenschappen, zoals dominant en hard zijn.

Een hele lange tijd werd sekse alleen maar vanuit een biologisch standpunt bekeken. Mannen en vrouwen zijn volgens biologen totaal verschillend met aan elke sekse een aantel eigenschappen hangen die specifiek zijn voor dat sekse. Iedereen die daar vanaf week daar is iets mee mis gegaan, die is tegennatuurlijk. Maar sinds de jaren '80 wordt er steeds vaker gedacht dat sekse een sociale constructie is die helemaal niet bepaald is door biologie. Veel mensen pleiten nu voor iets wat daar tussenin zit.

Woodhouse merkt op dat het in de Westerse cultuur erg belangrijk is voor mannen om mannelijkheid te bereiken, aangezien gender-identiteitstoornissen een veel groter probleem is bij jongens dan bij meisjes. Jongens worden soms al als kind behandeld voor zo'n stoornis. Soms lijkt het zo te zijn dat mannen het heel vervelend vinden dat andere mannen ervoor kiezen om een vrouw te worden. Hoe kan een man kiezen om zichzelf te devalueren door zich als vrouw te kleden, als mannelijke activiteiten ze een veel hogere status kunnen opleveren?

Uit een enquete onder Britse travestieten is gebleken dat het dragen van vrouwelijke kleding voor hen vaak gaat om de behoefte de waargenomen gender kenmerken van vrouwen te verkennen. De vrouwelijke eigenschappen die ze willen aannemen beschrijven ze onder andere als 'zachtheid', 'zachtaardigheid', 'kwetsbaarheid', 'elegantie', 'gevoeligheid',' 'liefelijkheid' en 'intimiteit'. Een van de travestieten schreef in de enquete 'Voor mij is het de aantrekkingskracht van de kenmerken die de maatschappij alleen accepteert van een vrouw.'

Dat betekent dus dat er in de maatschappij niet alleen slechts bepaalde kleding is geaccepteerd voor zowel man als vrouw, maar ook karakter eigenschappen en gedrag is gerelateerd aan sekse. Vrouwen mogen gevoeliger zijn, zich meer bewust zijn van hun uiterlijk, terwijl mannen het gevoel hebben dat dat niet voor hen is weggelegd, en dat zij zich bezig zouden moeten houden met analyseren, het verstand, fysiek en technologisch werk. Schrijfster Charlotte Suthrell definieert het verschil in twee woorden als volgt: een man is hard en een vrouw is zacht. Gek genoeg wordt zacht in het Engelse woordenboek vooral beschreven door wat het allemaal niet is. Een gebrek aan hardheid, etcetera. Verder zijn veel definities woorden waarbij een tweede deel is toegevoegd, zoals soft-drink waarvan geïmpliceerd wordt dat het geen echt drankje is en soft-spot – een sentimentele affectie voor iets.

Het interessante aan de keuze van de travestieten voor het woord zacht (of eigenlijk 'soft') is dat het zowel de kenmerken van vrouwelijkheid waar ze naar streven beschrijft, als de kleding die ze vaak dragen als vrouw. De zachte stofjes die ze willen dragen is de letterlijke vertaling van de culturele waarden die zij passend vinden bij vrouwelijkheid. De kleding is een visuele uiting van de persoonlijkheid die ze zich proberen eigen te maken.

Sekse heeft dus meerdere belangen in kleding en de hedendaagse beeldcultuur. Ten eerste is het uitdragen van je sekse (in kleding) belangrijk voor evolutie, om je voort te planten moet je mensen in geslacht kunnen onderscheiden. Gender-rollen zorgen ervoor dat er een duidelijke grens komt in zowel kleding als gedrag voor wat acceptabel is voor een man of vrouw. Of dit wenselijk is is een tweede vraag. Deze grenzen zorgen ervoor dat iedereen die ook maar iets afwijkt van de gangbare definitie van mannelijk of vrouwelijk, wordt gezien als 'anders', denk bijvoorbeeld aan gender-identiteitstoornissen (hoezo is het een stoornis als je niet binnen de ongeschreven regels past?).

dinsdag 7 januari 2014

The importance of sex and gender

Quotes uit het artikel "Clothing Sex, Sexing Clothes: Transvestism, Material Culture and the Sex and Gender Debate", Author: Charlotte Sutler.

"It seems that in all societies, when a baby is born, its sex – whether it's a boy, or it's a girl – is, almost universally, the first statement that is made about it. We would expect this to be the case in societies where gender has considerable social significance, in parts of India and Pakistan, for example, where the birth of a son is cause for greater celebration than the birth of a daughter, and in societies where gender distinctions inform political rights, systems of punishment, and inheritance rules, and so on. But it seems that a newborn baby's sex is also proclaimed in societies in which biological sex differences make relatively little social and economic difference, such as among various peoples of South East Asia. Perhaps this is because, to offer a ‘common sense’ type of explanation, the sex of a newborn baby is one of the few things – perhaps the only thing – apart from who its mother is – that can be known about it for sure – but … there may be more to it than this." - Alison Shaw, Unpublished Paper (2001)

"Work in this area has, however, moved on to question how universal these categories are and anthropology has provided some key evidence in the debate, particularly through its discourses over ‘difference’ (for example Moore, 1988a: 9). Further than that, even biologists would admit that a child born ‘intersexed’ is still viewed as a combination of the two binary categories of male and female. More than those, versions of them or pluralities, do not exist – in most cultures, at least"

Transvestism provides an eye-opening link in this research between two theoretical fields – material culture and gender – because it lies at the intersection of the two.

Clothing as an artefact, with its clear gender divisions, illustrates, as few other things can, the socially constructed nature of gender which goes beyond biological sex.

We also use dress, consciously or unconsciously, as one of the ways in which we project ourselves, the self we wish to present to the world, the group with which we desire to be associated. It is a strong and visible part of our need to assert identity – perhaps in Western society particularly, with its lack of clearly stated hierarchies and boundaries – and thus forms part of our individuation.

Clearly, in order to ‘cross-dress’, there must be a gender based dress code. The use of dress as a form of visual identificatory code is described particularly clearly by Eicher in her introduction to Dress and Ethnicity, as a ‘coded sensory system of non-verbal communication that aids human interaction in space and time.’ (1995: 1) Significantly, gendered clothing and decorations would appear to exist in practically every culture.

Transvestism, particularly in a Western context, deals with fantasy identities; in previous centuries, folk tales and ballads were legion of women who went to look for their long-lost husbands or lovers and needed to dress in male attire in order to sail the seas or go to war. This is borne out by research which reveals, in the period from the late sixteenth century to the nineteenth century, many examples of females cross dressing to enable a more outdoor or exciting lifestyle from the one ordained for them as women, whether as buccaneers, soldiers, doctors or refugees from the law.
Although this work does not include female to male transvestism, such accounts demonstrate only too clearly how important clothing is to identity. It is the means by which transformation and a different life, a different set of values, characteristics and activities is acquired and supported.

Cross-dressing (transvestism) must also imply that there must be some movement across, a place of coming from and a place of going to which is between the worlds of gender polarity, otherwise a person would simply be getting dressed. And these in turn involve the notion that they are moving from the place trans-gendered individuals ‘naturally’ inhabit, dictated by birth-sex and gender.

Clothes are an everyday part of the creation of an image. .. Similarly, in Western culture, many items of clothing have become ‘unisex’ but there are few ‘insiders’ who, if questioned, would not be able to identify which items could not be worn by the opposite sex, particularly female items which are not available to men, although it is interesting to speculate how intelligible these notions would be to an ‘outsider’, or indeed how easy it would be to explain such shifting, personal and unwritten codes.

Within the binary framework of sex and its associated cultural, gendered expectations transvestism reveals much about these issues; clothing becomes a world of intelligible metaphors once one understands the local codings and signifiers. Clothes allow us to play, temporarily or permanently, with our identity and self-image. Once we start to ask questions about how clothes are used and why, it is clear that clothing is crucial to identity. We use clothes as visual markers to identify ourselves to others and this also works in reverse..

In the case of transvestism, both in Western and non-Western contexts, dress is used much more specifically to create an illusion both for the user and the observer in order to make a particular point – that the wearer wishes to be seen as a member of the opposite sex – and for most transvestites it is important that the clothing is used in such a way as to make the illusion as real as possible. The male transvestite must disconnect from man-world with its masculine properties and re-establish his identity in woman-world, exchanging the gender indicators in a deliberately fashioned manner.

Societies have generated their own rules, culturally determined, for making boundaries on the ground, and have divided the social into spheres, levels and territories with invisible fences and platforms to be scaled by abstract ladders and crossed by intangible bridges with as much trepidation or exultation as on a plank over a raging torrent. (Ardener, 1981: 11–12)

It is hardly surprising, though, that these three (gender, sex, sexuality) raise such interest when they carry implications which go far beyond the nomenclature ‘male’, ‘female’, ‘masculine’ and ‘feminine’; beyond our personal relationships and into society and culture at large which interprets almost everything through the dialects of gender, with all their indicative associations such as dominance and submission, exterior and interior, energy and quiescence. Gender, like identity, is a very broad and generalised notion and has led to much debate, particularly since cultural notions regarding gender are demonstrably dynamic; they change from society to society and over time. But, in the same way that each generation is said to have ‘invented sex’, each also has its prevailing notions about what men and women do and are. As several authors show (Herdt, 1993, for example), philosophers and medical theorists as far back as Aristotle and Galen discussed differences between men and women, both as constituted in biology and in their philosophical and moral attributes. It was considered ‘natural’ that male and female were binary polarities.

Throughout the changes in every field which have taken place since classical times and have become ever more discussed and challenged during the last century, arguments have raged over the nature of sex and gender, and whether and how much there is an essential component of masculinity and femininity. On the one side – the farthest end of these arguments – are the biological determinists who would argue that there is a fixed core of traits belonging rigidly to each sex, immutable and unaffected by societal constructions, with any who do not fit into these descriptions (homosexuals, for example) perceived as deviant and unnatural. On the other side are ranged the arguments of social constructionism which, at their most extreme, would suggest that nothing is biologically determined and that all gender associated behavior is brought about by societal pressures.

Margaret Mead argued over half a century ago that gender based roles are not biologically but culturally assigned, that they are inevitably limiting for both sexes, and that their cultural grip is exceptionally strong. One result of her work – and that of others – is that the biological determinist model now holds little sway and is used as a model by few anthropologists. It is largely recognised that being born male and female creates difference, but how this difference is constituted, why the widely divergent cultural constructions arise and why they continue to be practised in such a pervasive form is still very much an ongoing debate.

.. This has led some commentators to question whether a simple, sexual binarism is simplistic and over-reductive. Some (Yorke (1991), Herdt (1993), Whitehead (1981), Wikan (1977) and others) have posited a third sex or third gender category, whilst research among the Native American and Central Asian Indians suggests that cultures have existed (even if they do not now) who have accepted and allowed for up to nine categories.

Revealingly, the third sex has been designated sometimes as primarily male territory and sometimes female; in either case, it generally continues to perceive the individual as an ‘original’ male or female who has ‘gone wrong’.

I am suggesting here that transvestism is a particularly dextrous tool in the sex and gender analysis kit because it is of both and will not fit into either category alone, in addition to supporting the familiar dictum that the brain is the biggest sex organ, since it is our minds we dress to please, more than our bodies; transvestites demonstrate this very clearly. In addition, transvestism also links to one of the most significant material culture items we have and is therefore objectifiable – and it would appear that some persons, male and female, have always found it possible, and even imperative, to act or behave in the role opposite to their own biological gender, however strong the local gender-coded norms.


Dressing Up/Dressing Down: Reconsidering Sex and Gender Culture
Author:Charlotte Suthrell


Woodhouse observes that the treatment of children for ‘cross-gender identification’ shows up very clearly Western cultural notions of how important it is for men to achieve masculinity, since cross-gender identification is determined to be of much greater concern (and thus in need of medical/psychological intervention) for boys than for girls.

..it is a clear account of medical thinking in the area of transvestism and gender mimicry – in particular, the desire of boys to dress as and behave as girls. This would seem to be considerably more worrying to the medical establishment than the desire of girls to act as or dress as boys – something echoed by the general responses in Western society to transvestism.

Transvestism also shows up the oddity of gender reversal in the context of the knowing male, choosing to be female. If men's activities are accorded higher status while female spheres of activity are devalued (as they appear to be, to varying extents, in all societies we know of) why would some men choose to devalue themselves by dressing as women? It seems clear that the feelings of transvestites, particularly about issues of masculinity and femininity, are of paramount importance in understanding a transvestism, and that this has important consequences for an anthropological treatment of this subject

The UK transvestites make it very plain that for them, cross dressing is, to varying degrees, about expressing their desire to explore the (perceived) gender attributes of women. For them, the female behaviours they would express may well include ‘softness’, ‘gentleness’, ‘vulnerability’, ‘passivity’, ‘elegance’, ‘sensitivity’, ‘tenderness’, ‘intimacy’ and a whole host more – all adjectives cited from the responses in questionnaires. As stated in one of my questionnaire replies: ‘It is, to me, the appeal of the characteristics that society allows only a woman to display. There would be, for example, the attributes of gentleness, thought-fulness, insight and creativity, in fact all the attributes that are classically associated with the role of a woman in society. These are the same attributes that, if displayed openly by a man, would be frowned upon.’

These adjectives and their implications in terms of the differences between men and women suggest an image of woman as a being with greater sensitivity, awareness (particularly of herself as a physical being) and ‘mystique’, and are held particularly by people from societies with a cultural view that ornamentation and desire for physical and inner beauty are the especial domain of women. Men in these societies, including most Western societies, would appear to have inherited and absorbed the perception that preoccupation with adornment is not for them and that analysis, reason, the life of the mind, physical labour and technological domination are where they fit into the world.

-- Man = hard, woman = soft

Interestingly, ‘soft’ is defined by the OED first of all by what it is not: ‘1. Comparatively lacking in hardness, yielding to pressure, malleable, plastic, easily cut’ (or penetrated) 2. Having smooth surface or fine texture, not rough or coarse (soft skin, hair, raiment) 3. Mellow, mild, balmy …’ and goes on to give 38 further definitions, only about half of which have a second word added, such as ‘soft-drink’ (non-alcoholic and by implication, not a ‘real’ drink), ‘soft-headed’ (‘idiotic’) and ‘soft-spot’ (‘sentimental affection for’). The others are further meanings simply derived from the word ‘soft’ such as ‘flabby, feeble, effeminate, silly, sympathetic, compassionate, not sharply defined or strident, gentle, quiet or amorous.

And even more than in daily life, the necessity for hardness and softness in different – and sexed – bodies is crudely obvious when referring to sexual intercourse.

It is interesting, then, that of all the adjectives used by transvestites to define both the qualities of femaleness to which they aspire and the clothing which they most like to wear, ‘soft’ or ‘softness’ recur by far the most often. The soft and silky blouses or stockings which they want to feel against their skin are the material embodiment of the cultural values they would appropriate and the tractable female world they desire to belong to. The clothing becomes the personality and is reflected back in it.

Transvestism however links ideas of social constructionism to perceivable reality through clothing and embodiment -transvestites are the embodiment both of the material culture items they wear and of the cultural values which obsess them and yet are forbidden.

For many transvestites, the process of dressing in clothes which signify and embody the outer qualities which they wish to manifest (soft, yielding, silky, smooth, elegant, tasteful, and so on) is a fundamental part of the act of becoming these things. This may, as is clear from the interviews with Dan/Shelly and Gina/Gavin, make them feel as if they have an entirely separate female personality – or it may make them feel ‘whole’

Gregory Bateson's work on the Naven ceremony, performed by the Iatmul and the Kwoma, living in the Sepik River Area of Papua people of New Guinea (1958) furnishes a valuable insight into the importance of the gendering of emotional responses though a specific and ritualised form of cross-dressing practice. The primary purpose of the ceremony is, in his view, to conjure a fit between the expression of inner emotion and outward appearance. The ritual involves ceremonial use of transvestism; both men and women dress in clothing worn by the opposite sex on occasions which demand emotions generally attributed to the other sex.

The most important generalisation which can be drawn from the study of Iatmul ethos is that in this society each sex has its own consistent ethos which contrasts with that of the opposite sex. Among the men … there is the same emphasis and value set upon pride, self-assertion, harshness and spectacular display. This … tendency to histrionic behaviour continually diverts the harshness into irony, which in its turn degenerates into buffooning. But although the behaviour may vary, the underlying emotional pattern is uniform. Among the women … attitudes are informed, not by pride, but rather by a sense of ‘reality’. They are readily co-operative, and their emotional reactions are not jerky and spectacular, but easy and ‘natural’. (198).

From these gender-specific behaviour patterns, Bateson deduces that the transvestism which is such a feature of the Naven ceremony can be attributed to the emotional requirements of the situation: women, usually shy and inconspicuous, show their pride in a public demonstration, and because this type of behaviour is unfamiliar to them they take on male dress attributes and cultural ornamentation. Men, on the other hand, are ‘not accustomed to the free expression of vicarious personal emotion. Anger and scorn they can express with a good deal of over-compensation, and joy and sorrow they can express when it is their own pride which is enhanced or abased; but to express joy in the achievements of another is outside the norms of their behaviour.’ (201) Both sexes are taking on a role which is unusual for their gender and the adoption of the opposite sex clothing aids them in the performance of the Naven ceremony. Their embarrassment, Bateson sees as a ‘dynamic force … which in course of time has become a cultural norm.’ (202)

For the Iatmul, the transvestism in the Naven ceremony is a custom or technique which allows men and women to function in a role which is anomalous for their gender by taking on the opposite gender personal characteristics through their clothing and decorations (and simultaneously stating through their appearance that they are carrying out a role which is strange to them.)3 The point is that it supports the premise – if one agrees with Bateson's analysis – that what is happening is not only the reversal of gender-coded clothing but of gender-coded emotions and behaviours. Again, as with the softness example cited earlier in relation to British trans-vestites, it is clear that clothes serve as an external symbol of emotions. There is also the issue of transvestites’ perceptions of masculinity and femininity. If transvestites are seeking to explore the (perceived) gender attributes of women, are they seeking to act like women, or to give expression to their own ‘feminine’ feelings? How does this differ from the masculine construction of femininity which appears, for example, on the Western stage?

In addition, he acknowledges that ‘the point of all these rites after all, is to turn boys into men, not into women; for the cultural construction of masculinity to succeed it is necessary that the process intended to turn boys into men may be genuinely efficacious.’ (ibid. 291–2)4 Perhaps also, then as now, drama in general allows men to empathise with women, partly by permitting them to express a particular emotional range – denied to them in the formulaic masculine gender stereotypes of strong and powerful – which includes pity, compassion, fear, warmth and irrationality.5 Halperin's point about turning boys into men, not women, does however throw a complementary light on this subject. Winkler noted that ‘masculinity (for the Greeks) is a duty and a hard won achievement and the temptation to desert one's side is very great. This odd belief in the reversibility of the male person, always in peril of slipping into the servile or the feminine has been noted by Greenblatt (1986) who observes that for the ancient world the two sexes are not simply opposite but stand at poles of a continuum which can be traversed. Thus “woman” is not only the opposite of man, she is also a potentially threatening ‘'internal émigré'’ of masculine identity.’ (Halperin et al, 1990:182)

There is a strong suggestion here that, in becoming a man, it is necessary to adopt those emotions defined as masculine – and avoid those defined as feminine. What might lead a man to contradict such strong cultural conditioning; to incur almost certain ridicule because the wish to express his ‘feminine side’ is so strong? One major role of transvestism would seem to be the pursuit and discovery of an outlet for dimensions of masculine identity which are culturally ascribed as feminine (and vice versa). This strikingly reflects concepts developed by Jung which seem to me to be very directly relevant to the notions under discussion of maleness/femaleness, gender and sex.

This raises the interesting point that in having the operation, a transsexual may well be choosing gender over sexuality – and yet in our society, there seem very few things that one needs to be gendered for except sexuality; sexual relationships are one of the only places where gender is the key defining object – clothing being one of the few others

In 1988, a Spanish hurdler, Maria Patino, competing in the Olympic Games, forgot to take the doctor's certificate stating that she was female. She therefore had to be tested by the IOC doctor, and she failed the test, since it was found that she had a Y chromosome and testes within her labia. To all outward appearances, she was female but ‘inside’, it seemed she was (part) male. She did later successfully challenge this, on the grounds that chromosome testing is unjust and only one of many features in the human make-up, but the IOC still routinely carry out the testing. After 1968, ‘the IOC decided to make use of the modern “scientific” chromosome test. The problem, though, is that this test and the more sophisticated polymerase chain reaction to detect small regions of DNA associated with testes development that the IOC uses today, cannot do the work the IOC wants it to do. There is no either/or. Rather, there are shades of difference.’

A recent paper by Witelson (1991, in Psychoendocrinology 16, 131–53) spoke of ‘neural sexual mosaicism’. She suggested that it is highly unlikely that a single biological cause will be found to accommodate for those behaviours that are currently labelled as ‘masculine’ or ‘feminine’.

donderdag 28 november 2013

Bronnenlijst onderzoek

Enquete afgenomen door mij met het onderwerp Wat is sexy?, afgenomen onder 50 mensen tussen de 15 en 35 tussen 21-09-2013 en 20-10-2013.

Naked Science: What's Sexy

Premature sexualisation: understanding the risks

Clothing Sex, Sexing Clothes: Transvestism, Material Culture and the Sex and Gender Debate
Author:Charlotte Sutler
The importance of sex and gender
http://www.bergfashionlibrary.com/view/UNZIPGEND/chapter-UNZIPGEND0005.xml?q=sex&isfuzzy=no#highlightAnchor

Dressing Up/Dressing Down: Reconsidering Sex and Gender Culture
Author:Charlotte Suthrell
http://www.bergfashionlibrary.com/view/UNZIPGEND/chapter-UNZIPGEND0009.xml?q=sex&isfuzzy=no#highlightAnchor

Asserting their masculinity: Men and ‘Sworn Virgins’
Author:Antonia Young
http://www.bergfashionlibrary.com/view/WWBM/chapter-WWBM0011.xml?q=sex&isfuzzy=no#highlightAnchor

Social Recognition of Gender
Author:Claudine Griggs
http://www.bergfashionlibrary.com/view/SHEHE/chapter-SHEHE0006.xml?q=sex&isfuzzy=no#highlightAnchor

Performing Gender
Author:Jonathan S. Marion
http://www.bergfashionlibrary.com/view/Ballroom/chapter-BALLROOM00010019.xml?q=sex&isfuzzy=no#highlightAnchor

http://www.style.com/stylefile/2013/01/gender-bender/

http://www.style.com/fashionshows/review/F2012MEN-CMMEGRNS

http://www.j-w-anderson.com/1/spring-2014/collection.html

http://www.j-w-anderson.com/womens/resort-2014/collection.html

http://www.j-w-anderson.com/womens/fall-2012/collection.html

http://www.dazeddigital.com/fashion/article/17164/1/j-w-anderson-ss14

http://www.style.com/fashionshows/complete/F2013MEN-CMMEGRNS

donderdag 21 november 2013

Onderzoeksplan

Context/Actualiteit - Naar aanleiding van een groot aantal items over verkrachting in het nieuws, ben ik benieuwd geworden naar wat we nog kunnen dragen dat niet als sexy word beschouwd. Je hoort verkrachters en aanranders vaak roepen dat meisjes zich bijvoorbeeld te uitdagend hebben gekleed. Maar wat is nou sexy? Vooral in een tijd als deze waarin fetisjen volledig in de aandacht staan en eigenlijk nauwelijks meer van een taboe valt te spreken. In mijn vooronderzoek ben ik al tot de conclusie gekomen dat ik mijn eigen ultieme seksloze object daarvoor ga gebruiken als vertaling, de spons. Hieruit wil ik de referenties halen voor mijn collectie, zodat het voor mij, en hopelijk voor nog meer mensen, een collectie wordt van een nieuwe, seksloze schoonheid.

Hoofdvraag - Hoe kan ik een seksloze collectie maken?

Deelvragen - 1. Wat is het belang van sekse in de hedendaagse beeldcultuur/kleding?
2. Is er ook een tegenbeweging (tegen de geseksualiseerde maatschappij)?
3. Wat zijn voorbeelden van seksloze kleding/silhouetten?
4. Hoe kan ik die seksloosheid vertalen naar kleding voor mijn collectie?

Onderzoeksmethodes - Case studies: onderzoek naar een andere maker (comme des garcons, JW anderson)
Ik wil case studies toepassen voor alle vier de vragen. Ik denk dat ik hieruit veel informatie kan vinden die bijdragen aan het antwoord.

Literatuur studie (documentaires en artikelen)
Hiermee kan ik vraag 1 beantwoorden, en misschien een bijdrage aan vraag 2

Veldonderzoek
Ik kan mijn eigen enquete die ik heb gehouden gebruiken voor vraag 3 en misschien vraag 4
Misschien kan ik nog interviews vinden over sexy of seksloze kleding

Kennis & vaardigheden - Ik denk dat ik kennis ga opdoen over sekse, gender, sexy kleding, het vertalen van een gevoel naar kleding, het ontwerpen van een collectie gebaseerd op een nieuwe soort schoonheid. De vaardigheden die ik ga opdoen of verbeteren zijn onderzoek doen in de drie verschillende methodes, een onderzoek(sverslag) schrijven, vertalingen maken.

Planning - Week 47 > Onderzoeksplan opstellen, feedback blog verwerken, bronnen zoeken en ordenen
Week 48 > Deelvraag 1 beantwoorden door het literatuur en case studie te doen naar het belang van sekse
Week 49 > Deelvraag 2 beantwoorden door case studie, en misschien literaire bronnen van Berg Fashion Library
Week 50 > In Baltimore voor het Unravel project, starten met case studie voor vraag 3, mijn enquete beter uitwerken
Week 51 > Uitwerking enquete verwerken in onderzoek, vraag 3 beantwoorden
Week 52 > Kerstvakantie, inhalen waar ik achterloop, voorbereiden vraag 4
Week 1 > Kerstvakantie, inhalen waar ik achterloop, voorbereiden vraag 4
Week 2 > Vraag 4 beantwoorden met behulp van case studie, een conclusie schrijven